Spring naar inhoud

over exhibits, tricks en trade (en weblogs)

10/04/2009

Op het weblog ExhibiTricks schrijft Paul Orselli (sindskort directeur van het eerste Kindermuseum voor Antartica) over “Tricks of the Trade” aangaande Exhibits (en Musea). Opzet van het weblog is om bruikbare informatie en bronnen voor exhibit design en exhibit ontwikkeling te brengen. Dat is verstandig van hem, maar niet heel erg gebruikelijk als je het vergelijkt met de Nederlandse situatie.

Zou iedereen moeten bloggen?
Nee! (natuurlijk niet, netzomin als iedereen moet breien, of een boek schrijven, naar Antartica op vakantie moet gaan of een aanhangwagen kopen)
Wie echter iets te vertellen heeft en het nodig vindt om vanwege bijzondere expertise, passie of belevenissen in de belangstelling te staan, moet het niet laten. En het werkt helemaal goed als je het weblog koppelt aan andere (online) communicatieve activiteiten.
Toen ik nog bij Tinker Imagineers in Utrecht werkte, stelde ik daar voor een weblog te beginnen over het werk dat we voor o.a. erfgoedinstellingen deden, over imagineering, ideeontwikkeling, concepten voor tentoonstellingen en exhibits, belevingscommunicatie, enzovoorts. Daarmee zouden we een begin maken met wat ik graag de ‘Virtuoze Cirkel‘ noem (eigenlijk is het een spiraalsgewijze ontwikkeling, met steeds grotere omtrek, die bovendien gelijkenissen vertoont met de virtuoze cirkel in de transformatica). Daarin begin je met het claimen van autoriteit, je expertise, je passie, dat wat je doet en waarover je iets te vertellen hebt.
Aangezien weblogs goed doorzoekbaar zijn, vooral als je de juiste tags toevoegt, en uitnodigend zijn als het gaat om bijdragen van lezers zul je daarmee de nodige lezers trekken. Vooral ook als je zelf op zoek gaat bij gerelateerde weblogs en daar inhoudelijk reageert (iets toevoegt). Met de feedback van je lezers kun je weer gerichter schrijven en ontstaat er voor de lezers gaandeweg een webplek met relevante informatie. Meer lezers betekent meer bekendheid en meer doorvertellen; immers, via RSS kan de content makkelijk in omloop gebracht worden. Door te (blijven) reageren kweek je ook meer betrokkenheid bij de lezers, die om die reden meer (en waardevoller) bijdragen zullen leveren. Daardoor wordt er ook meer verwezen naar je weblog en zo groeit al met al je autoriteit. Op die manier trek je meer lezers en maakt de spiraal een volgende, wijdere kromming.
Maar Tinker wilde niet. Het zou teveel tijd kosten en te weinig bijdragen. “Hoe lang duurt een weblog?” Daarna ben ik in mijn eigen tijd, in het begin met behulp van studenten, Erfgoed 2.0 begonnen.

De reactie van een klein bureau als Tinker is exemplarisch voor een branche, waarin veel (ouderwetse) concurrentie en onzekerheid heerst. Creativiteit en ideeën worden beschouwd als gouden eieren, waarop je broedgedrag moet vertonen (idem bij de tv-productie). Anders gaan derden ermee aan de haal. Bovendien zit er zoveel eigenheid in, dat het weinig relevant zou zijn om aan een ander mee te delen. En een blik in de keuken gunnen kan pas als die keuken ‘uitgewerkt’ en opgeruimd is?
Wat ik zeg ik maar ten dele waar: jonge bureaus, die bovendien een link hebben met nieuwe media, zul je vaker antreffen op meerdere online plekken. De ‘oudere’ bureaus in (interactieve) exhibit design, zoals Opera, Kossmann.De Jong, of IJsfontein, zul je nog niet in een web 2.0 omgeving met weblog en al aantreffen. Terwijl er zoveel expertise is die gedeeld kan worden. Waarom is dat? Bang om daardoor de “Tricks of the Trade” te grabbel te gooien?

Tips voor (beginnende) bloggers:
1. Thou shall Blog
2. Meer dan 29 tips, tutorials en resources voor nieuwbakken bloggers

3 reacties laat een →
  1. 10/04/2009 11:50

    Ik ben het helemaal met je eens, Theo. Zelf ben ik indertijd ook heel bewust met een weblog begonnen. En heb heel bewust in het Archievenblad een oproepn aan mensen gedaan om contact met mij te zoeken als ze ook bezig waren met 2.0-gerelateerde zaken (zonder de term heel expliciet te benoemen trouwens).

    Dat leidde heel snel tot contact met Luud de Brouwer, het oprichten van Archief 2.0, het Manifest voor de Archivaris 2.0, een succesvolle studiedag, de ArchiefWiki (in ontwikkeling) en sessies tijdens de komende KVAN-dagen.

    Alleen openheid en onzelfzuchtig delen heeft geleid tot het doorbreken van traditionele muren in het archiefwezen, waar van oudsher een enorme hokjesgeest aanwezig lijkt te zijn geweest.

    Da’s niet alleen onze verdiente hoor – inmiddels is er een hele zwik mensen natuurlijk – maar enige bijdrage tot dit alles kan ons niet worden ontzegd.

    Anyway, zonder onnodige borstklopperij, om de titel van een oude presentatie van onszelf aan te halen: zonder delen kun je ook niet vermenigvuldigen. En zo is het! (Toevallig een presentatie voor de Reinwardt Academie.)

    En ja, liefst niet via één platform, maar via een community. En die beweegt zich over verschillende (technische) platformen.

  2. 15/04/2009 00:27

    @Christian: leuk om van je te horen hoe het bij jou is begonnen. Archief2.0, Bibliotheek 2.0, Erfgoed 2.0 … we doen alledrie hetzelfde (niet via éeen platform), maar met telkens net een andere samenstelling. Dat is wel interessant om eens te bespreken vind je niet?

  3. 15/04/2009 07:54

    @Theo: Zeker! Een jaar of anderhalf terug heb ik al wel eens met iemand een soort van brainstormmiddagje gehad over hoe om te gaan met een community. Eigenlijk een soort van nadenken over de vraag hoe we een beter communitymanager konden zijn. Afgelopen paar dagen heb ik daar ook weer wat leuke artikeltjes over gelezen op het web. Ik denk dat we enorm veel van mekaars ervaringen kunnen leren! Wat mij betreft laten we dit ideetje dus niet op de plank liggen.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 28 other followers